Lasagne met groenten in elke laag

Landschapsillustratie

Lasagne is een gerecht dat iedereen kent, maar het hoeft niet altijd met gehakt gemaakt te worden. Met groenten in de lagen wordt het kleurrijker en minstens even lekker. Het is bovendien een gerecht dat je perfect voor meerdere dagen kunt maken.

De groenten voorbereiden

Kies groenten die niet te veel vocht afgeven, of bak ze eerst kort in de pan. Courgette, aubergine, paprika, champignons, spinazie en pompoen zijn heel geschikt. Snijd ze in dunne plakken of blokjes en bak ze op een flink vuur tot ze wat kleur krijgen. Zo verdampt een deel van het vocht, en dat voorkomt dat de lasagne waterig wordt.

Maak een tomatensaus van tomaten, ui, look en kruiden. Laat de saus zachtjes pruttelen tot hij dikker wordt. Voor de witte saus smelt je boter, roer je er bloem door en giet je er beetje bij beetje melk bij, tot je een gladde, dikke saus krijgt. Breng op smaak met peper, zout en een snuifje nootmuskaat.

Lagen en afwerking

Begin met een dun laagje saus onderin de ovenschaal. Leg er lasagnebladen op, dan een laag groenten, wat tomatensaus en witte saus. Herhaal dit tot alles op is, en eindig met saus en een dikke laag geraspte kaas. Druk de lagen licht aan, zodat de lasagne straks mooi op elkaar blijft. Bak de lasagne in de oven tot de bovenkant goudbruin is en de saus zachtjes borrelt.

Wie het graag anders wil, kan ook ricotta of geitenkaas tussen de lagen leggen, of een laagje pesto toevoegen. Linzen of witte bonen maken de lasagne extra vullend, en gebakken pompoen met salie geeft een herfstige smaak. Met courgette en tomaat krijg je een zomerse variant. Kinderen eten vaak meer groente als die fijn gesneden tussen de lagen zit.

Laat de lasagne na het bakken een tijdje rusten, dan snijdt ze mooier. Bewaar restjes afgedekt in de frigo en warm ze goed door in de oven of de microgolf. Je kunt lasagne ook in porties invriezen, zodat je op drukke dagen zo een warme maaltijd op tafel hebt. Verse groenten kunnen daarbij makkelijk worden aangepast aan het seizoen.