Rode kool kennen veel mensen vooral als bijgerecht bij het kerstdiner, gestoofd met appel en kruiden. Toch is het een groente die het hele jaar door bruikbaar is. Rauw is hij knapperig en fris, gebakken wordt hij mals, en zijn paarse kleur maakt elk bord vrolijker. Rode kool verdient een vaste plaats in de keuken.
Rauw in een salade
Snijd de kool heel fijn met een scherp mes, of gebruik een mandoline. Meng de reepjes met een snuifje zout en een scheut azijn of citroensap, en kneed ze even met je handen. Dat maakt de kool zachter en laat hem beter de smaak van de dressing opnemen. Rode kool blijft ook dagenlang knapperig, waardoor je een salade zonder zorgen kunt voorbereiden.
Combineer de rode kool met appel, peer, wortel, walnoten en rozijnen. Een dressing van yoghurt, mosterd en honing past prima. Voor een pittige variant voeg je rode ui, verse chilipeper of geraspte mierikswortel toe. Verse munt of peterselie maakt het af. Zo is een kleurrijke, stevige salade klaar die goed samengaat met een boterham of een warm gerecht.
Gebakken en gestoofd
In de pan wordt rode kool zacht en zoet. Bak fijn gesneden kool met ui in wat olie of boter, voeg een scheut azijn, een appel en een snuifje kaneel toe en laat het zachtjes garen tot de kool mals is. Een beetje appelsap of bouillon voorkomt dat alles aanbakt. Een lepel confituur of honing geeft een zoet-zure smaak die goed past bij wintergerechten.
Rode kool past ook in de oven. Snijd de kool in dikke partjes, bestrijk ze met olie en bak ze tot de randen krokant zijn en het hart zacht is. Serveer ze met geroosterde noten, een dressing van tahin en wat geitenkaas. Zo krijgt de kool een heel andere uitstraling dan het klassieke bijgerecht.
Rode kool is lang houdbaar in een koele plaats of in de groentelade van de koelkast. Bewaar aangesneden kool afgedekt en gebruik hem binnen een paar dagen. Gaar gestoofde rode kool laat zich zeer goed invriezen en opwarmen. Kleurt je snijplank of handen paars, dan is dat met wat citroen of azijn weer weg.