Venkel wordt in Nederlandse keukens nog vaak over het hoofd gezien, terwijl het een veelzijdige groente is. Rauw is hij knapperig en fris met een lichte anijssmaak, en gebakken of geroosterd wordt hij zacht en zoet. Met één knol kun je dus meerdere gerechten maken. Het maakt een gerecht licht en fris.
Venkel rauw eten
Snijd de groene stelen en pluimen af en bewaar de pluimen als kruid. Halveer de knol, verwijder de harde kern en snijd hem daarna in zo dun mogelijke plakjes, het liefst met een mandoline of een scherp mes. Meng de plakjes met citroensap, olijfolie, zout en peper en laat ze even staan, dan worden ze mooi mals en trekken ze goed door.
Rauwe venkel combineert prachtig met sinaasappel, appel, radijs, olijven en verse munt. Een salade van dunne venkelplakjes, sinaasappelpartjes en zwarte olijven met een scheutje olijfolie is verfrissend en mooi van kleur. Ook met peer, walnoten en blauwe kaas of geitenkaas krijg je een zoet-hartige salade die goed bij herfst en winter past.
Venkel uit de oven
Als je venkel bakt, verandert de smaak volledig. Snijd de knol in parten, leg ze op een bakplaat, besprenkel met olijfolie en strooi er zout, peper en eventueel wat tijm over. Bak tot de randen goudbruin zijn en de venkel zacht is. Draai de stukken halverwege om, zodat beide kanten mooi bruin worden. Een beetje parmezaan of citroenrasp aan het eind geeft extra smaak.
Gebakken venkel past bij veel gerechten. Combineer hem met geroosterde tomaten, kikkererwten en couscous, of leg hem naast aardappelen en een gebakken vis. Ook in de soep is venkel een heerlijke basis: bak hem met ui en aardappel aan, voeg bouillon toe en pureer alles tot een zachte soep. De pluimen zijn een mooie garnering.
Kies bij het kopen stevige, witte knollen zonder bruine plekken. Bewaar venkel in de koelkast, los in een doek of een open zak. Hij blijft zo een tijdje vers. Ben je nieuw met venkel, begin dan met een kleine salade en probeer later de oven. Zo ontdek je stap voor stap welke bereiding jij het lekkerst vindt.